| Wilfried van Hooff |
|
|
|
|
Ik ben tig jaar geleden begonnen, zoals de meeste instructeurs ooit zijn begonnen. Je gaat met een hond naar de cursus, het gaat goed en vervolgens krijg je de vraag of het je leuk lijkt om les te geven. Je voelt je zeer vereerd, zegt zeker geen ‘nee’ en ziet je ster al rijzen. Op dat moment heb je er geen idee van dat er een grote schaarste is in instructeursland en dat je bent gestrikt voor, in meerdere opzichten, een hondenbaan. Die hondenbaan beviel me. Met vuilnisbakkies en Border Collies met indrukwekkende afstammingen heb ik me in het cursuscircuit begeven. Ik was een trouwe klant bij O&O, haalde netjes de diploma’s, trainde met schapen, obediencede en volgde allerhande behendige workshops van instructeurs in verschillende talen. Het gevolg was, na eerst een periode te hebben lesgegeven bij de plaatselijk KC, een eigen hondenschool. Ik verzorgde daar bijna dagelijks uitsluitend behendigheidslessen. In het weekeinde stroopte ik de wedstrijden af. Weg was de hobby! Na 5 jaar ben ik met de hondenschool gestopt. Sinds die tijd geef ik gastlessen in de regio, begeleid instructeurs bij hun eigen club, fungeer als keurmeester bij onderlinge wedstrijden en geef dus les bij Agilitycampus. Mijn motto; cursisten (hiermee dus ook de honden) moeten absoluut iets van een les opsteken maar, of beter gezegd én, met plezier het veld opkomen en afgaan.
|


